“Passion cannot be described. It can only be lived.”
Enzo Ferrari wist perfect waarom hij die woorden uitsprak.
In Lourdes stonden al mensen foto’s te nemen nog voor de motor gestart werd. Kinderen trokken aan de arm van hun ouders. Smartphones verschenen bijna automatisch zodra de Ferrari Purosangue het plein opdraaide. Even later, onderweg richting Baskenland, begonnen mensen langs de weg spontaan te zwaaien wanneer de colonne dichterbij kwam. Sommigen maakten gebaren om gas te geven zodat ze de motoren beter konden horen. Dan besef je opnieuw dat Ferrari anders werkt dan de meeste automerken. Niet alleen als machine, maar als aanwezigheid.
Dat voelde ik tijdens de Tour Auto 2026 in Zuid-Frankrijk.
Ferrari nodigde mij uit om deel te nemen aan de etappe tussen Lourdes en Biarritz met de Ferrari Purosangue. Nadien kreeg ik ook de kans om een volledige dag met de Ferrari Amalfi te rijden. Twee totaal verschillende Ferrari’s, aangedreven door twee totaal verschillende motoren, maar allebei gebouwd rond hetzelfde instinctieve verlangen om gewoon te blijven rijden.


De Tour Auto zelf blijft een bijzonder evenement. Wat ooit begon als een historische wedstrijd groeide uit tot een levende ode aan klassieke sportwagens en het rijke erfgoed van de autosport. Tijdens deze editie namen ook meer dan 30 eigenaars van hedendaagse Ferrari-modellen deel aan een exclusieve klantenervaring van Ferrari. Hun wagens trokken mee door enkele van de mooiste regio’s van Frankrijk, tussen historische racewagens, iconische klassieke Ferrari’s en lange rijen toeschouwers die overal langs het parcours stonden te wachten.
Wanneer een Ferrari een omgeving verandert
Mijn eerste echte moment met de Ferrari Purosangue kwam in het ochtendlicht van Lourdes. Daar stond hij, hoog op zijn wielen maar duidelijk een Ferrari. De lange motorkap, de gespannen flanken en de compacte achterzijde houden de proporties strak en gespierd, ondanks de hogere zitpositie. Ferrari heeft zichtbaar hard gewerkt om de Purosangue geen SUV-uitstraling te geven. De spanning in het lijnenspel blijft intact.
Dat bleef onderweg niet onopgemerkt. Aan tankstations en stopplaatsen ontstonden gesprekken met voorbijgangers die gewoon even dichterbij wilden komen. Mensen keken op, glimlachten of staken spontaan hun duim omhoog.

Langs de wegen stonden overal kleine groepjes, families, oudere autoliefhebbers, jongeren met camera’s en motards die halt hielden om het spektakel voorbij te zien komen. Wanneer de Ferrari’s opdoken, begon het publiek vaak spontaan te applaudisseren. Men maakten opnieuw gebaren om gas te geven zodat ze de motoren beter konden horen. Ongelooflijk om te ervaren waarom een Ferrari nog altijd zoveel losmaakt.
De atmosferische V12 van de Purosangue speelt daarin een hoofdrol. Vandaag klinkt bijna elke nieuwe performancewagen alsof hij gevangen zit tussen emissienormen, filters en artificiële versterking. Deze Ferrari V12 leeft nog echt. Die motor ademt. Hij bouwt zijn vermogen op met een mechanische zuiverheid die je letterlijk voelt terwijl de toerenteller richting hogere regionen klimt.
Mijn handen zochten steeds vaker de grote vaste schakelpeddels op, gewoon om die V12 opnieuw te horen openbreken tegen de rotswanden van de Pyreneeën. Niet uit noodzaak, wel omdat elke terugschakeling iets verslavends heeft. De motor reageert onmiddellijk, scherp maar nooit nerveus.
Wat mij misschien nog het meest verraste aan de Purosangue, was hoe ontspannen hij zich over slechte wegen beweegt. De wegen rond de Baskische dorpen liggen er lang niet overal perfect bij, maar de Ferrari bleef opmerkelijk verfijnd zonder steriel te worden. Slechte stukken asfalt verdwenen bijna onder de auto terwijl die V12 nog altijd gretig onder mijn rechtervoet hing. Dat dubbele karakter maakt de Purosangue zo bijzonder. Hij combineert het charisma van een exotische sportwagen met het gemak waarmee je uren blijft doorrijden. Ik reed ermee door kleine dorpen, langs oceaanwegen en door druk stadsverkeer zonder ooit het gevoel te hebben met een compromis onderweg te zijn.


Het geluid van herinneringen
Tijdens een koffiestop vertelde een eigenaar mij plots: “Eigenlijk is het compleet irrationeel.”
Hij glimlachte terwijl zijn hand bijna automatisch over de flank gleed van zijn Ferrari Amalfi, uitgevoerd in het diep groene Verde Costiera. Alsof hij zelf nog altijd probeerde te begrijpen waarom deze auto zoveel met hem deed.
“Mijn vader had vroeger een kleine VHS-cassette van Ferrari. Daar stond een F40 op. Dat geluid bleef hangen. Ik denk dat alles daar begonnen is.”
Het zijn zinnen die je zelden terugvindt in technische fiches en toch verklaren ze perfect waarom mensen Ferrari blijven najagen.
Hij keek even naar het stuur, drukte instinctief op de rode startknop en luisterde een fractie van een seconde zonder iets te zeggen. Wanneer de V8 vervolgens wakker werd, veranderde ook zijn houding. Rustig tijdens het gesprek, scherper zodra de motor begon te leven.
“Dat moment verveelt nooit.”
Opvallend genoeg praten Ferrari-eigenaars zelden eerst over prestaties. Ze praten over ochtenden. Over tunnels. Over lege wegen. Over geluid dat weerkaatst tegen rotswanden in de Pyreneeën.
“Soms rij ik gewoon een uur zonder ergens naartoe te moeten. Gewoon omdat ik een slechte dag had.”
Daar zit wellicht de essentie van Ferrari. Niet in het rijden van A naar B, wel in dat kleine mentale kantelpunt wanneer een auto plots meer wordt dan een transportmiddel.
Niemand heeft een V12 nodig om naar zijn werk te rijden. En toch dromen mensen er soms al van sinds hun kindertijd.
Tussen oceaanlucht en een V8
De volgende dag stapte ik vanuit de Purosangue over in Ferrari’s nieuwste gran turismo. Waar de Purosangue indruk maakt met zijn aanwezigheid en atmosferische V12, kiest de Amalfi voor elegantie, balans en rust. Dit is een Ferrari die gebouwd lijkt voor lange dagen onderweg. Voor bergpassen bij zonsopgang en wegen die blijven doorlopen richting horizon.
De twin-turbo V8 levert 640 pk maar draait hier minder rond brute acceleratie dan rond verfijning en reactiesnelheid. Ferrari werkte uitgebreid aan de turbo-aansturing, de software en de gasrespons waardoor de motor veel natuurlijker reageert dan je verwacht. Minder explosief dan de V12 van de Purosangue, maar tegelijk rustiger, vloeiender en makkelijker doseerbaar. De Amalfi lijkt constant uit te nodigen om nog een omweg te nemen.
Dat past perfect bij zijn rol binnen het Ferrari-gamma. Alles aan deze auto lijkt ontwikkeld om rijden moeiteloos en vanzelfsprekend te laten aanvoelen, zonder afstand te creëren tussen bestuurder en machine.
Ook het comfortniveau verraste. De Amalfi absorbeert oneffenheden met een vanzelfsprekendheid die ik niet meteen verwachtte van een Ferrari met dergelijke prestaties. Tegelijk blijft hij lichtvoetig reageren op stuurinput. De vernieuwde brake-by-wire-afstelling voelt progressiever en natuurlijker aan terwijl de auto compact, precies en ontspannen tegelijk blijft aanvoelen. Zelfs op smallere wegen blijft er rust in het chassis zitten.

Tijdens de ritten tussen Lourdes, Nogaro en Biarritz werd dat karakter steeds duidelijker. Smalle Baskische dorpen, het veranderende licht boven de Atlantische kust en de geur van oceaanlucht die soms door de open zijruiten naar binnen waaide gaven de Amalfi precies het soort decor waarvoor hij gebouwd lijkt.
Zelfs de bediening vertelt iets over Ferrari’s huidige filosofie. De grote vaste schakelpeddels blijven perfect op hun plaats tijdens bochtenwerk terwijl de nieuwe fysieke knoppen op het stuur opnieuw tastbaarheid brengen in plaats van nog meer schermbediening. Ferrari beseft duidelijk dat een sportwagen instinctief moet aanvoelen. Met R voor achteruit, A voor automatisch, M voor manueel en L voor launch control blijft Ferrari vasthouden aan een directe, bijna racegerichte logica. Ook de rode startknop keerde opnieuw terug op het stuur terwijl de manettino nog steeds één van Ferrari’s slimste details blijft. Eén draai van Comfort naar Sport of Race en de hele auto lijkt plots wakkerder te worden. Kleine details misschien, maar precies die fysieke interactie versterkt de band tussen bestuurder en machine. Emotie ontstaat niet op een touchscreen.
Zelfs de klank verraadt hoeveel aandacht Ferrari aan die beleving besteedde. De Amalfi moest voldoen aan strengere geluidsnormen zonder zijn mechanische scherpte te verliezen. Het resultaat klinkt niet overdreven luid of geforceerd dramatisch. Wel strak, levendig en zuiver mechanisch, precies passend bij het karakter van de auto.


Waarom Ferrari meer is dan imago
Tijdens een ander gesprek ergens tussen de groene heuvels van Frans Baskenland viel mij nog iets op. Bijna iedereen keek achterom wanneer hij uitstapte. Soms subtiel. Soms opvallend lang.
“Ja,” lachte iemand toen ik het opmerkte. “Ik doe dat altijd.”
Daar schuilt het bijzondere van Ferrari. Niet alleen tijdens het rijden, maar ook in het moment net erna. In het opnieuw bekijken van de lijnen. De gespierde vormen boven de achterste wielkasten. Het licht dat over de carrosserie schuift in de late namiddag.
De zon zakte langzaam richting Atlantische kust toen de colonne opnieuw richting Biarritz reed. Het gouden avondlicht verzachtte de scherpe lijnen van de Amalfi en liet de diepe lak warmer ogen. Op terrassen draaiden mensen hun hoofd om terwijl de Ferrari’s rustig voorbijgleden. Niet luid. Niet agressief. Gewoon aanwezig.
Wanneer de laatste Amalfi halt hield voor het hotel bleef het even stil. Enkel de warmte die langzaam uit de Ferrari’s trok leek nog hoorbaar.
Eén eigenaar keek nog een laatste keer om voordat hij naar binnen wandelde.
“Sommige dingen verliezen blijkbaar nooit hun magie,” glimlachte hij.
En misschien is dat precies hoe Enzo Ferrari het altijd gewild heeft.
Tekst: Marijn Bogaert
Foto’s: Ferrari en Marijn Bogaert




