Met de Mazda CX-6e door Veneto

Van de Proseccoheuvels tot de lagune van Venetië wanneer de herfst zich voorzichtig aankondigt

Eind september krijgt Veneto een ander ritme. De zon staat wat lager, de eerste bladeren beginnen te verkleuren en in de Proseccoheuvels loopt de druivenoogst op haar einde. Ook Venetië schuift weg van de hoogzomer. De stad blijft druk, alleen voelt de periode na juli en augustus anders. Precies op dat kantelpunt landen we op Marco Polo Airport.

Mazda heeft ons naar Italië gehaald voor twee verhalen die op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen. We rijden opnieuw met de elektrische CX-6e en bezoeken een dag later Homo Faber 2026 op San Giorgio Maggiore. Voor Mazda horen die twee wel degelijk samen. Het merk neemt voor de tweede keer deel aan de internationale tentoonstelling rond hedendaags vakmanschap en koppelt er zijn eigen aandacht voor ontwerp, materiaal en menselijke creativiteit aan. Voor wij Venetië induiken, krijgen we eerst de sleutels van de CX-6e.

Tekst: Marijn Bogaert

Foto’s: Mazda en Marijn Bogaert

Lees ook over Homo Faber in “De schoonheid van licht”

Enkele weken eerder reden we met de auto al in Duitsland. Deze keer krijgt de omgeving veel meer ruimte. We verlaten de luchthaven en zetten koers naar het noorden, richting Susegana en de heuvels van Conegliano en Valdobbiadene. De brede verbindingswegen maken geleidelijk plaats voor kleinere wegen. Huizen staan dichter tegen de straat, achter een bocht verschijnt een kerktoren en tussen de hellingen nemen wijngaarden steeds meer van het uitzicht over.

Wanneer de zomer Veneto loslaat

De timing is goed gekozen. Op 15 september meldde het consortium van Conegliano Valdobbiadene Prosecco Superiore dat de vendemmia van 2026, zoals de druivenoogst hier heet, ongeveer tien dagen vroeger was gestart dan het historische gemiddelde.

De oogst zat toen in haar laatste dagen. Wanneer wij ruim een week later door de streek rijden, is op veel percelen het grootste werk al achter de rug en kondigen de eerste herfstkleuren zich aan.

Dat landschap staat sinds 2019 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Wie hier voor het eerst rijdt, begrijpt snel waarom. Dit is geen eindeloze vlakte met wijnranken in keurige rechte lijnen. De heuvels zijn smal en steil. Eeuwenlang legden wijnbouwers er grasbegroeide terrassen aan, de zogenaamde ciglioni. Ze volgen de contouren van de hellingen en geven het gebied zijn herkenbare mozaïek van wijnranken, bossen, kleine dorpen en boerderijen.

Op de steilste stukken gebeurt nog altijd veel werk met de hand. Daardoor vertelt dit landschap evenveel over de mensen die het hebben gevormd als over de wijn die er vandaan komt. De officiële Proseccoroute bestaat sinds 1966 en geldt als de eerste erkende wijnroute van Italië. Ze slingert vandaag over ongeveer vijftig kilometer tussen Conegliano en Valdobbiadene, met zijwegen die voortdurend uitnodigen om toch nog één heuvel verder te kijken.

“Soms onthoud je van een autorit niet alleen de auto, maar vooral waar hij je naartoe bracht.”

Voor een reisverhaal is dat bijna frustrerend. Onze route ligt vast en onderweg passeren we genoeg plekken die een volgende reis rechtvaardigen. In Refrontolo staat het Molinetto della Croda, een zeventiende-eeuwse watermolen die tegen de rotsen langs de Lierza lijkt aangebouwd. Verderop ligt Follina met zijn eeuwenoude cisterciënzerabdij en middeleeuwse kloostergang. Rond Valdobbiadene liggen de steile Cartizzehellingen waar een van de meest gewaardeerde varianten van de Prosecco Superiore wordt gemaakt. Ook Vittorio Veneto ligt binnen bereik. De stad gaf haar naam aan de grote veldslag van oktober 1918 die het einde van de Eerste Wereldoorlog aan het Italiaanse front inluidde. Vandaag herinneren onder meer het Museo della Battaglia en oude militaire stellingen aan die geschiedenis, terwijl het historische Serravalle een heel andere kant van de stad laat zien. Wij zien ze deze keer vooral op wegwijzers. Dat is misschien niet eens een nadeel. Een goede reis laat altijd iets liggen waarvoor je wilt terugkomen.

Duizend jaar geschiedenis rond Susegana

Onze eerste echte halte is Conte Collalto in Susegana. De familiegeschiedenis gaat terug tot 958, toen koning Berengarius grond schonk aan Rambaldo I, een voorouder van de huidige familie Collalto. Sinds 1110 is de naam verbonden met de heuvels rond Susegana en Conegliano. Vandaag beschikt het wijndomein over ongeveer 150 hectare wijngaarden en wordt een groot deel daarvan gebruikt voor Prosecco Superiore DOCG.

De historische wijnkelder dateert uit 1904. Op hetzelfde domein draait al sinds dat jaar ook een eigen waterkrachtinstallatie, later grondig vernieuwd. Sinds 2023 liggen zonnepanelen op de daken van de wijnkelder en magazijnen. Het zijn details die mooi passen bij een regio waar landbouw, landschap en energiegebruik steeds sterker met elkaar verweven raken.

Wij komen er rond de middag aan. De tafels staan klaar en uiteraard ontbreekt Prosecco nergens in de omgeving. Voor onze groep blijft alcohol buiten het programma. De CX-6e staat buiten en na de lunch wacht nog een flinke rit. Dat hoort nu eenmaal bij een wijnstreek bezoeken wanneer het programma vooral om autorijden draait.

De keuken van Veneto heeft gelukkig genoeg andere troeven. Sopressa, kazen uit de regio, paddenstoelen en de bekende radicchio rosso di Treviso horen bij het culinaire landschap. In oktober en november komen daar kastanjes en de rijkere herfstsmaken bij. Eind september zit de streek precies tussen twee seizoenen in.

Een paar kilometer verder verandert het decor opnieuw. Castello di San Salvatore werd in 1245 gesticht door Rambaldo VIII di Collalto. Het begon als militair bolwerk en groeide later uit tot adellijke residentie en bestuurlijk centrum. Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep het kasteel zware schade op. Graaf Odoardo Collalto liet het daarna herstellen. Vandaag torent het opnieuw boven Susegana uit met uitzicht over de vlakte richting Venetië.

Hier zetten we de witte CX-6e even stil voor de camera. Oude stenen, groene hellingen en een elektrische crossover uit 2026: het contrast werkt. De lange carrosserieoppervlakken vangen het lage septemberlicht en precies daar wordt de Kodo-designfilosofie van Mazda zichtbaar. Het koetswerk werd in de Europese designstudio in Oberürsel (D) ontwikkeld en samen met het team in Japan verder verfijnd. De ontwerpers zochten minder naar scherpe lijnen en meer naar volumes waarop licht kan bewegen.

De CX-6e als reisgenoot

Op deze wegen heeft de CX-6e weinig behoefte aan grote gebaren. De elektromotor achteraan levert 190 kW of 258 pk en 290 Nm. Het vermogen komt gelijkmatig vrij en de achterwielaandrijving past goed bij het vloeiende tempo van de route. De afstelling van onder meer stuurinrichting, chassis, remmen en gaspedaalrespons kreeg in Europa extra aandacht. Bij het rijden tussen de wijngaarden merk je vooral dat de auto zich gemakkelijk laat plaatsen wanneer de weg smaller en bochtiger wordt.

De hoge zit helpt om ver vooruit te kijken en tegelijk veel van de omgeving mee te krijgen. Dat laatste klinkt banaal, maar op dit soort wegen bepaalt het mee hoe ontspannen je reist. Regelmatig is er wel iets dat het tempo vanzelf verlaagt: een tractor, een fietser, een dorpskern of gewoon het uitzicht over een volgende helling.

De technische cijfers verdwijnen daardoor wat naar de achtergrond. Toch passen ze bij het soort reis waarvoor deze CX-6e bedoeld is. De LFP-batterij heeft een capaciteit van 78 kWh en Mazda geeft maximaal 484 kilometer WLTP op. Snelladen kan met maximaal 200 kW. Onder gunstige omstandigheden vraagt 10 tot 80 procent 24 minuten. Thuis of aan een publieke AC-paal kan driefasig met 11 kW worden geladen.

Voor onze tocht in Veneto speelt actieradius nauwelijks een rol. We rijden van de luchthaven naar de heuvels, maken verschillende stops en keren later terug richting lagune. De auto doet precies wat je van een goede reisgenoot verwacht: hij vraagt weinig aandacht voor zichzelf en laat de route het werk doen.

Van asfalt naar water

Later op de middag rijden we terug richting Venetië. De heuvels worden vlakker, het verkeer neemt weer toe en uiteindelijk staan we opnieuw op de luchthaven. Daar eindigt onze rit met de CX-6e. De koffers gaan uit de auto en enkele minuten later maakt het asfalt plaats voor water.

Een boot brengt ons over de lagune naar Isola delle Rose. De overgang is bijna te mooi geregisseerd. Enkele uren eerder keken we uit over wijngaarden en kastelen, nu glijden lage eilanden, boeien en boten langs ons heen. Even later tekenen de eerste contouren van Venetië zich af.

Eind september heeft de stad nog lang geen lege straten. Massatoerisme blijft hier een dagelijkse realiteit en rond de bekendste plekken kan het ook buiten juli en augustus bijzonder druk zijn. Toch ligt de hoogzomer achter ons. De warmte is zachter, het avondlicht komt vroeger en de officiële toeristische dienst schuift in de herfst bewust buurten en eilanden naar voren waar het tempo lager ligt: Dorsoduro, Cannaregio, Giudecca, Torcello en Pellestrina.

Wij hebben daar nauwelijks tijd voor. De volgende ochtend wacht Homo Faber op San Giorgio Maggiore, het tweede deel van Mazda’s programma. De tentoonstelling loopt de hele maand september in de Fondazione Giorgio Cini en staat dit jaar in het teken van An Island of Light. Mazda neemt er opnieuw deel na zijn debuut in 2024 en verbindt zijn aanwezigheid aan Japanse ambachtelijke tradities, Europese makers en zijn eigen ontwerpfilosofie.

Dat verklaart meteen waarom deze reis meer is dan een klassieke autopresentatie. De CX-6e laat zien hoe Mazda zijn elektrische toekomst vormgeeft, Homo Faber toont waar het merk inspiratie zoekt in handwerk en creativiteit en Veneto legt daar een landschap omheen dat al eeuwen door mensenhanden wordt gevormd.

We hebben op één dag maar een klein deel gezien. De molen van Refrontolo wacht nog, net als Follina, Cartizze en een langere rit door de kleinere dorpen. Ook Venetië verdient buiten de bekende route meer tijd. Precies daarom blijft deze korte tocht hangen. Je vertrekt met meer adressen op je lijst dan toen je aankwam.

De Mazda CX-6e bracht ons van de luchthaven naar wijngaarden, van een middeleeuws kasteel terug naar de lagune. Daarna nam het water het over. Voor een elektrische auto die zich graag als Europese reiswagen wil bewijzen, was moeilijk een betere omgeving te bedenken.