Paul Aron: tussen simulatorwerk en racen in Formula 1

Als reserve- en testrijder bij BWT Alpine Formula One Team zit Paul Aron dichter bij Formula 1 dan ooit. Hij werkt uren in de simulator, reist mee naar de Grands Prix en helpt achter de schermen aan de ontwikkeling van de auto. Alleen ontbreekt precies wat hem ooit naar de autosport trok: zelf racen.

Voor de jonge Est is dat wachten misschien wel de moeilijkste opdracht uit zijn carrière. Tijdens de Dutch Grand Prix in Zandvoort sprak hij met Exclusief Magazine over ambitie, perfectionisme, familie, de wereld achter Formula 1 en het gemis van competitie.

Tekst: Marijn Bogaert

Foto’s: Alpine en Marijn Bogaert

Ik ontmoet Paul Aron opnieuw tijdens het Formula 1-weekend in Zandvoort op uitnodiging van MSC Cruises, partner van het BWT Alpine Formula One Team. Enkele maanden eerder stonden we allebei aan boord van MSC World Europa in Barcelona, waar de nieuwe Alpine-racewagen werd voorgesteld.

Reizen is intussen bijna een vast onderdeel van zijn job geworden. Soms komt hij amper twee dagen thuis.

“Op een bepaald moment wordt het vermoeiend wanneer je voortdurend je koffer moet pakken en bijna nooit thuis bent. De eerste dag pak je uit en was je je kleren, de volgende dag pak je opnieuw in.”

Daarom spreekt cruisen hem wel aan. “Op een vliegtuig moet je stilzitten. Op een schip kun je rondlopen, dingen doen en ontdekken. Dat maakt reizen veel ontspannender.”

“Paul Aron leeft midden in Formula 1, maar mist wat hem het meest drijft: competitie, een eigen crew en zelf racen.”

De racer die het racen mist

Dat gemis komt later in het gesprek steeds duidelijker naar boven. Aron blijft ontspannen praten, maar wanneer het over zijn huidige rol gaat worden zijn antwoorden persoonlijker.

“Wachten op mijn kans in Formula 1 is waarschijnlijk het moeilijkste wat ik in mijn carrière heb meegemaakt.”

Hij mist meer dan alleen de cockpit.

“Ik mis een crew rond mij. Ik heb geen engineer met wie ik voortdurend werk en ideeën bespreek. Ik mis de competitie. Ik kan niet racen tegen andere rijders of strijden om posities.”

Vorig jaar bleef één vraag voortdurend door zijn hoofd gaan: wat kan ik nog doen om op die startgrid te geraken?

“Ik dacht daar bijna elk uur van iedere dag over na en uiteindelijk putte ik mezelf volledig uit. Ik heb geleerd mijn energie beter te beheren en me te concentreren op wat ik zelf kan controleren.”

Die laatste zin keert later bijna als een rode draad terug wanneer we het over zijn karakter hebben.

Perfectionisme als kracht en valkuil

Aron noemt zichzelf zonder omwegen perfectionistisch. Dat heeft hem veel gebracht, zegt hij, maar soms ook tegengewerkt.

“Het heeft waarschijnlijk enkele van mijn beste prestaties opgeleverd, maar tegelijk ook enkele van mijn grootste fouten.”

Een racer kan zichzelf tot in het kleinste detail voorbereiden. Toch blijven er altijd factoren die hij niet in handen heeft: de auto, het weer, het team en andere rijders.

“Als perfectionist verwacht je veel van jezelf. Wanneer je dat niveau haalt, begin je hetzelfde van anderen te verwachten. Alleen maken mensen fouten. Als je daar geen ruimte voor laat, kan dat je over de rand duwen en begin je zelf fouten te maken.”

Ervaring leerde hem stilaan om te gaan met perfectionisme.

“In bepaalde situaties is het een heel sterke eigenschap. In andere situaties kan het absoluut een zwakte zijn.”

Racen zat al in de familie

Die drang om beter te worden ontstond vroeg. Motorsport loopt al generaties door de familie Aron. Zijn vader reed met motorfietsen, zijn broer Ralf ging karten en stapte later over naar eenzitters. Paul volgde vanzelf.

“In het begin dacht ik daar helemaal niet zo veel over na. Ik kreeg de kans om te racen, ik vond het leuk en ik was er goed in.”

Pas rond zijn dertiende of veertiende werd het ernstiger. De kosten liepen op en samen met zijn familie moest hij beslissen of hij werkelijk verder wilde.

“Op die leeftijd begin je iets beter te begrijpen wat zo’n carrière kan betekenen.”

Zijn broer Ralf speelt nog altijd een belangrijke rol. Ook die relatie veranderde. Vroeger vroeg Paul vooral advies. Vandaag wisselen ze ideeën uit als twee racers met hun eigen ervaring.

“Hij heeft me altijd aangemoedigd om zelf na te denken en onafhankelijker te worden. Nu proberen we samen tot betere conclusies te komen.”

Formula 1 achter de schermen

Als reserve- en testrijder ziet Aron vandaag een kant van Formula 1 die vanuit Formula 2 nauwelijks zichtbaar is. Vooral de schaal van een F1-team verraste hem.

“In F2 zei ik bij aankomst iedereen goedemorgen en bij vertrek nam ik van iedereen afscheid. Ik bracht soms cadeautjes of souvenirs mee voor mijn monteurs en engineers. Ik kende iedereen.”

Bij Alpine bleek die gewoonte onmogelijk vol te houden.

“Toen ik hier kwam, probeerde ik hetzelfde te doen. Ik merkte snel dat alleen iedereen goedemorgen zeggen bijna een uur kon duren.”

Ook het tempo ligt veel hoger. Een kalender van 24 Grands Prix wordt gecombineerd met simulatorwerk, tests en dagen in de fabriek.

“Het is heel cool, maar tegelijk ook uitputtend. Je moet slim omgaan met je energie.”

Die simulator is bovendien veel meer dan een trainingsmiddel. Hij maakt deel uit van de ontwikkeling van de auto. In de simulator reed Aron ook met de Alpine met het nieuwe upgradepakket.

“Qua gevoel is het verschil niet enorm en dat is eigenlijk positief. Een upgrade kan een auto op papier sneller maken, maar tegelijk de balans verstoren. Dan kan de rijder die extra snelheid niet gebruiken. Bij deze upgrade lijkt het de goede richting uit te gaan.”

Meer neerwaartse druk en meer grip zijn mooi, maar volgens Aron telt vooral dat de balans overeind blijft. Het is precies dat soort detail dat toont hoe dicht hij bij de technische ontwikkeling van de racewagen staat.

En toch is dat niet waar zijn liefde voor autosport ooit begon.

“I never fell in love with racing because of Formula One.”

Het klinkt verrassend uit de mond van iemand die zo graag op die grid wil staan. Zijn uitleg maakt de uitspraak meteen duidelijk.

Hij werd verliefd op racen omdat hij graag met mensen naar een doel werkt. Omdat hij wil leren, beter wil worden en wil strijden voor resultaten, punten en kampioenschappen.

Formula 1 is zijn doel. Racen zelf is de reden waarom hij er wil zijn.

En wanneer MSC Cruises hem morgen voor één week overal ter wereld zou mogen brengen, zolang er maar niet geracet wordt? Dan kiest Aron de Caraïben.

“Mijn familie en ik surfen graag samen. Barbados vond ik fantastisch. Van eiland naar eiland varen, warm water, mooie natuur: dat lijkt me een perfecte cruise.”

Een week zonder racewagen kan dus. Daarna mag het voor Paul Aron waarschijnlijk snel weer richting cockpit gaan.